Ver de verde bosques in…

Vanuit Punta Gorda pakken we de boot naar Lívingston in Guatemala. Zo was het plan althans, maar als we ‘s ochtends een kaartje willen kopen, blijkt de boot de vorige dag stuk te zijn gegaan en niet terug gekomen te zijn. Nou dan maar naar Puerto Barrios, niet echt handig, maar in ieder geval onderweg. Als we daar kaartjes voor willen kopen, blijkt de andere boot naar Lívingston toch te varen al is het een uurtje later. Prima, kunnen wij nog ff lunchen en op het laatste moment toch nog een paar Garifuna (of zijn het stiekem Creolen) live horen trommelen! De boot vertrekt uiteindelijk nóg een uurtje later, maar op enig moment staan we die middag dan toch weer in Guatemala. Hoewel Lívingston ook een Garifuna stadje is, is de sfeer gelijk anders dan in Belize. De mensen zijn iets minder hartelijk, sommige worden zelfs onvriendelijk als je na het hele dorpje met hun mee gelopen te zijn, omdat ze een goed en goedkoop hotel zóuden weten en we, na herhaaldelijk proberen, nog maar een keer zeggen dat het goed is zo en we verder wel zelf op zoek gaan. Boos liep ie weg en toen we hem later tegenkwamen was ie boos aan het mompelen, iets over voor een dubbeltje op de eerste rang of zo, en zeer waarschijnlijk werden we uitgescholden, maar zo goed is ons Spaans dus niet. Uiteindelijk vonden we naast de pier waar we aangekomen waren een acceptabel hotel (al was dat voordat we wisten dan we ‘s nachts vergezeld werden door mieren in bed, we boven een tankstation sliepen dat af en toe een vreselijke benzine lucht onze kant op stuurde en er vlakbij een nogal irritant jankende hond zat ) en was de wandeling van een uur of zo dus overbodig… gelukkig was het niet zo warm… toch? Pfff… Maar een ander sfeertje dus. Hoewel Lívingston ook echt niet groot is, lijkt het wel meer te bruisen. Het is drukker op straat en mensen groeten elkaar minder, meer verkoopmevrouwtjes op de stoep van de straat (vinden wij altijd een pluspunt en proberen gelijk maar het kokos- en gemberbrood uit), er is meer verkeer van onder andere de lawaaiige tuktuks en alles lijkt wat sneller te gaan. En dan valt eigenlijk pas op hoe chill Belize was.

Via een 1,5 uur strandwandeling gaan we richting watervallen en poeltjes om te zwemmen. Nou ja, strandwandeling… door de regenval en claimende zee leek het strand meer op een hindernisbaan! Op een heel klein stukje na, was het strand of overspoeld met afval uit zee of gewoon overspoeld en moest je tot kniediep door het water. En tot overmaat van ramp werden we ook nog bijna aangevallen door een kalkoen die met zijn rode kwabbelkin keihard op ons afgerend kwam. Althans, dat was Elske’s beleving en ze schrok zo hard dat ze het even uitgilde, wat weer tot de grootste pret bij de locals leidde en vervolgens tot de slappe lach bij Elske zelf. Eenmaal bij de waterval moesten we ook een stuk door het water voor je bij de waterval zelf en een lekkere poel kwam. Door een local te volgen lopen we nog veel te ver over glibberige bospaadjes, maar uiteindelijk hebben we een heel relaxt plekje gevonden in een klein privé poeltje. Op de terugweg worden we nog bijna geëlektrocuteerd, doordat vlak voor ons een deel van een boom keihard naar beneden komt zeilen en de elektriciteitsdraden meeneemt, zodat alles knettert en doet. Zo’n gevalletje van ‘het is maar goed dat we nog even zonnebrand hebben gesmeerd, anders hadden we precies onder die vallende boom gelopen…’ en gelukkig brengen we het er zonder kleerscheuren en brandwonden van af.

Onderweg naar de Los Siete Altares. Lívingston
Onderweg naar de Los Siete Altares. Lívingston

De volgende dag pakken we de scenic route naar Rio Dulce en varen we met een ‘tourboot’ over de zoete rivier. De toeristen-stops die hij zou maken, worden blijkbaar overgeslagen toen wij bij de eerste stop aangaven niet te hoeven kijken. Warm water bronnen… tja, het is buiten al ruim 35 graden… En dan zou de hele boot, we waren de enige toeristen, op ons moeten wachten. Voelde ook niet heel gemakkelijk. We spelen her en der nog voor taxi en pikken midden op water van andere bootjes wat mensen op, maar staan aardig snel in Rio Dulce. We gaan direct door, op naar onze laatste ruïnes van Guatemala. Wandelend richting hotel zijn we nog getuige van het slachten van een varken. Die verrassend genoeg erg stil was, we hadden een oorverdovend gekrijs verwacht, maar dat kwam dus niet. Wat er wel kwam, hadden we zeker niet verwacht. Een enorme straal bloed gutste uit die beer van een varken toen zijn keel werd opengesneden en dat bloed bleef best lang stromen, terwijl het varken nog lange tijd stuiptrekte… Ons hongergevoel was even verdwenen en we wandelden maar snel weer verder richting hotel.

Alles verloopt super vlotjes en we hebben zelfs die middag nog tijd voor de ruïnes. De ruïnes waren vooral weer goed in ruïne zijn, zoals we al vaker zagen in Guatemala. Al waren we wel onder de indruk van de metershoge stele die verrassend goed bewaard waren gebleven en we de mooie afbeeldingen nog goed konden zien. De grootste was zelfs 10,5 meter en weegt ruim 60.000kg! In het museum zagen we foto’s van hoe ze in 1915, terwijl ze tussen de hoge groene jungle bomen staan, ontdekt zijn. Prachtig! Zo hadden wij ze ook het liefst gezien, maar ja, je kan niet alles hebben. De weg terug liepen we dwars door de Del Monte bananenplantage (ook al blijkt Honduras de originele bananen-republiek te zijn). Best heel mooi zo onder de bananenplanten zo groot bomen, al zou het nog mooier zijn geweest als die grote trossen niet verstopt waren in blauwe zakken. Op een gegeven moment stuiten we op een groep mannen die bananen trossen aan het oogsten zijn. We schrikken er bijna van want met grote kapmessen worden de grote trossen los gehakt en door de een op zijn schouders genomen richting een soort kabelbaan waar de tros aan wordt gehangen. Ondertussen hakt de ander de hele plant om en die valt met grof geweld en veel lawaai op de grond. Alle geoogste trossen bananen hangen daar in die blauwe zakken en even moeten we toch denken aan dat het meer een vleesfabriek of zo lijkt… Misschien kwam dat door het varken van die middag… En al die trossen worden vervolgens richting fabriek getrokken door een heel grappig treintje waar ook nog iemand op zit. Weten we ook weer hoe dat in zijn werk gaat. Én ook hoe bananen nou eigenlijk groeien. We hadden al wel vaak die bloem gezien, maar nooit echt begrepen hoe daar uiteindelijk bananen uit komen. Zo wandelend door de plantage zagen we bomen in alle stadia van groei en dus ook hoe zo’n bloem uiteindelijk een banaan wordt. Lekker productief dagje!

Wandelen door de Del Monte bananen plantage. Quiriguá
Wandelen door de Del Monte bananen plantage. Quiriguá

De mevrouw waar we ‘s avonds een goed maaltje hadden gegeten, liet ons helaas in de steek voor het ontbijt. Of lieten wij haar in de steek doordat we gewoon te laat waren…? Dan maar een paar mini appeltjes voor de dorst en kijken of we bij het overstappen wat kunnen eten, want op een lege maag de grens over is vast geen goed idee. Na een paar keer extra overstappen belanden we bij de grens, wisselen wat quetzales voor lempiras en moeten zo ongeveer rennen naar de volgende bus, rapido rapido… nou wij dachten eerder tranquillo, en dat dachten anderen mensen ook die later nog op hun dooie gemak aan komen sjokken. Onderweg worden we nog even ondervraagd of we een dure telefoon hebben en of we veel geld verdienen en bij ons hebben… Het lijkt even of Honduras echt zo gevaarlijk is als wel eens gezegd wordt, maar we komen veilig aan in het stadje Copán Ruinas. Misschien was het die oude Nokia telefoon die we als horloge/zaklamp gebruiken en nu ook als dieven- teleursteller dient 🙂 Al was de beste man waarschijnlijk gewoon geïnteresseerd zonder kwaaie bedoelingen. De mensen blijken namelijk ook weer heel vriendelijk. Wat wel op valt is dat de Hondurezen een stuk blanker zijn dan de mensen in Guatemala.

We worden warm onthaald en heel Honduras heeft een hele week feest afgekondigd! Hartstikke leuk natuurlijk, totdat je er achter komt dat al die Hondurezen ook ergens willen slapen… en er geen goedkoop hotel over blijft. We vinden nog iets voor twee nachtjes. Geen tijd om te treuzelen dus en lopen gelijk door naar de viewpoint waar we net op tijd zijn voor de ondergaande zon over de stad en pakken daar gelijk even het kinder Maya museum mee. Blijkt dat we niet genoeg geld hebben voor de entree haha… uh ja, voor pinnen hadden we nog geen tijd gehad. Maar dan is het ook prima als we voor één persoon betalen. Gracias!

Met de opgedane Maya kennis gaan we goed voorbereid de volgende dag ruïnes kijken, die dan weer alleen Copán worden genoemd. Bij de ingang worden we gelijk begroet door hordes rooie ara’s (papegaaien). Als jullie nu denken, zo die hebben echt geluk gehad met die foto van drie papegaaien met een Maya tempel op de achtergrond, dan was dat vooral zo omdat ze netjes bleven zitten op de voederbakken die overal stonden… niet verder vertellen hoor 😉 Al bleven de voor de Maya’s heilige rode ara’s helemaal mooi standbeeld stil staan bij de juego de pelota (balspelveld). Overigens leren we in het kindermuseum dat de 4kg rubberen bal waarmee gespeeld werd, nogal eens voor gebroken ribben zorgde… Nou ja, dat is waarschijnlijk beter dan je hoofd verliezen bij een verloren spel… Copán staat vooral bekend om zijn sculpturen, die inderdaad de mooiste zijn die we gezien hebben (en we hebben inmiddels al heel wat Maya tempels gezien!). Ook is een van de trappen van de piramides van onder tot boven gevuld met hiëroglyfen, dat hadden we nog niet eerder gezien. Er staat nog ergens een deur open en de explorers in ons kunnen het niet laten om even binnen te kijken. Maar laat dit nou zo’n typisch gevalletje zijn van dat sommige deuren beter gesloten kunnen blijven. Met een camera in de ene hand en je zonnebril in de andere is het een beetje afweren als een zeekoe op het droge en voordat Rogier het weet prikt een van de dikke zwarte wespen, die dit blijkbaar hun huis vinden, hem echt net naast zijn oog. Ja, als je geen bezoekers wil laat dan lekker de deur dicht, stelletje sukkels! Even dachten we dat Rogier als een soort van Rocky de rest van de dag rond zou lopen, maar de zwelling zette gelukkig niet zo hard door… en kunnen we rustig de rest van de tempel site verkennen die ook erg mooi is. Grappig is dat de meeste piramides boven op oudere piramides gebouwd zijn. Een door de archeologen uitgehakt gangenstelsel laat dit zien. Maar kaartjes-controlerende-meneren vonden onze kaartjes daar niet goed genoeg voor… bleek je daar nog een keer 15 euro voor te moeten lappen. Needless to say hebben wij de binnenkant van die tunnels nooit gezien 🙂 Wel zien we nog even Las Sepulturas, waar de dure mensen van Copán woonden, al was daar helaas niet meer zo veel van te zien… In de hele dure toeristen jade winkel leren we nog wel dat de Maya’s een konijn in de maan zagen. De maangod ziet er dan ook uit als een soort van extra freaky versie van het Donnie Darko konijn… en wij maar denken dat de maan van kaas gemaakt was… tja het zal komen doordat we Hollanders zijn.

Lucky shot?!? We think not!! Copán
Lucky shot?!? We think not!! Copán

We vervolgen onze weg naar Gracias. Wat maar een verwarrende naam blijkt te zijn als je wilt vragen waar de bus naar Gracias gaat, als je ook net je tas aangereikt krijgt 🙂 We lijken gelijk een geschikt hotel te vinden, maar dat blijkt vol te zijn. Net als het volgende en het volgenden… Hmmmmz, zei die meneer van ons hotel in Copán niet zoiets van: “het is handig om misschien je hotels van te voren te reserveren tijdens de vakantie periode”? Ja dat zou best een kunnen ja… 2,5 uur later hebben we eindelijk een veel te duur hotel gevonden. Heel Gracias hebben we ook al vast gezien. Dat zou een heel leuk koloniaal stadje moeten zijn, maar dat hebben wij niet gezien (afgezien van het wel aardige fort op de heuvel)… (ja, we zijn verwend aan het raken…). Daad bij woord voegend boeken we gelijk een hotel voor onze volgende bestemming. Wat dan ook niet handig blijkt te zijn, aangezien Rogier de volgende dag ziek is en Parque Nacional Montaña de Celaque er dus helaas niet meer in zit…

Hersteld genoeg gaan we verder naar La Esperanza. Waar gelukkig nog wel een hotel te vinden is, ondanks dat onze reservering niet doorgekomen is omdat het e-mailadres in de LP niet blijkt te kloppen door wat gegoochel met letters… La Esperanza ligt op de Lenca trail en de typerende Lenca hoofdband is hier nog helemaal in… zegt de LP en volgens de Rough Guide is dit een must stop voor traditionele Lenca cultuur. Uh okay, de enige Lenca hoofdbanden die we zien, zijn bij de verkopers op het plein die deze dingen verkopen voor de toeristen. We worden nog wel über-enthousiast rondgeleid in het Lenca cultuur huis. Waar we ook niet veel wijzer worden dan dat er een jaarlijkse nogal Spaans uitziende Flamingo dansdemonstratie is…??? Verder blijkt La Esperanza een leuker stadje te zijn dan Gracias. Met een grappige grotkerkje vanaf waar je een mooi uitzicht hebt over het stadje. En een prima plekje om weer eens naar de kapper te gaan. Dat blijft wel echt een uitdaging, zeker voor Elske met dat korte haar. In Azië, waar ze toch zeker in Korea en Japan best hippe kapsel kennen, vonden ze het al spannend om Elske te knippen, moet je nagaan hoe het hier was… Ze lijken het een soort zelf-mutulatie te vinden en vrouwen met kot haar zijn op twee vingers te tellen. Maar al snel was het ineens Elske die het spannend begon te vinden, want nadat de kapster heel bedenkelijk drie keer had gevraagd of er echt iets af moest, en het was écht lang geworden inmiddels, (je ziet de grote vraagtekens gewoon boven het hoofd van de kapster hangen), zette ze er flink de schaar in en werd het een iets ander kapsel en op plekken ook wat korter dan gewenst… Verder is het dus vakantie. En dat betekent dat er ‘s nachts een heuse outdoor disco wordt opgezet. Waar de Hondurese jeugd met de armen over elkaar tegen geparkeerde auto’s en de muren hangt, wachtend tot de eerste zich op de dansvloer waagt. Met iets meer bier op, waren wij waarschijnlijk de eerste geweest…

Toepasselijk genoeg is onze volgende stop de D&D Brewery. De eerste micro-brewery van Honduras! Waar Rogier Elske weet te overtuigen dat we hier toch zeker vier dagen moeten verblijven 😀 Maar om daar te komen, sluiten we ons eerst aan in een tientallen meters lange wachtrij bij de bus. Tja, de Hondurezen hebben ook vakantie… maar blijkbaar geen auto… Een paar keer wordt de rij opgedeeld in verschillende vertrektijden en na drie keer van rij wisselen, vertrekt de bus maar ruimt een uur te laat. Terwijl we de volle mep moeten betalen en we er al halverwege eruit moeten… Gelukkig blijkt de D&D Brewery een super relaxt plekje in de jungle met goed bier (waarom er zo veel fruitbier gebrouwen werd, is Rogier nog niet helemaal duidelijk), goed eten en kolibries. Die liever lekker lui suikerwater opslurpen uit de kolibrievoerders dan zelf een bloem te zoeken. Er heerst totale paniek trouwens als de voerders eraf gehaald worden om bijgevuld te worden, haha! Maar we zijn hier zeker niet alleen voor het bier gekomen. Meer Lago de Yojoa ligt om de hoek en vraagt erom bekayakt te worden. Om de hoek betekent hier ongeveer een half uur kayakken over een rivier, maar dan komen we uit op het enorme meer waar we een mooi uitzicht hebben op de omringende ‘cloud forest’ rotsbergen. Gelukkig trekt de grijze lucht, die zich had ingezet toen wij in de kayak stapten, nog een klein beetje open.

Mooi 'cloud forest' van Lago de Yojoa.
Mooi ‘cloud forest’ van Lago de Yojoa.

De volgende dag trekken we de wandelschoenen aan en verkennen het Parque Eco-Arqueológico Los Naranjos. Een mooi stukje jungle aan de rand van het meer. We volgen braaf de routebeschrijving van de D&D brewery, maar blijken dan ‘stiekem’ de achteringang van het park binnen te sluipen. De militairen die daar de wacht houden laten ons naar binnen als we beloven aan de andere kant een kaartje te kopen (op de terug weg staan ze er dan weer niet om te laten zien hoe braaf we zijn). Het Arqueológico deel slaat op de Lenca Maya ruïnes die in het park staan, al is hier helaas nog niet zo heel veel uitgegraven, de jungle is wel erg mooi. Al lijken de bomen ook hier redelijk instabiel en een gat te hebben geslagen in de boardwalk over het moeras bij het meer. Zo moeten we verschillende keren rerouten, maar zo zie je wel het hele park 🙂 We plakken er gelijk de Bio-Parque y Finca de Cafe y Flores “Paradise” achteraan. Een koffieplantage slash botanische tuin, waar we een leuk rondje maken tussen de koffieplanten, bijzondere bloemen en bamboe (! En wij maar heel naïef denken dat bamboe alleen in Azië groeit) en we net op tijd terug zijn voor een vers biertje en een warme chocolade melk, oh nee toch niet, want de melk was alwéér bedorven…, voor de regen los barst!

Catarata de Pulhapanzak is dé highlight van de regio volgens de Rough Guide. Een 43m hoge waterval die inderdaad erg mooi is, maar de omgeving er omheen is veranderd in een soort toeristen park met ziplines, picknick tafels, restaurants etc. Waardoor voor ons de magie een beetje verloren ging… Ook het mooie bos wat er omheen zou liggen, was niet toegankelijk en tegenwoordig afgeschermd met grote hekken en dus waren we na 10 minuten wel weer uitgekeken… Misschien hadden we toch naar Parque Nacional Cerro Azul Meambar moeten gaan… Dan nog maar een Meambar biertje van de D&D, die smaakt in ieder geval prima!

Na alle gemiste National Parks besluiten we het goed te maken en reizen we naar Pico Bonito NP. We laten ons afzetten bij een heuse jungle lodge waar het roestige hek op een kier staat. Eenmaal het nogal steile pad naar beneden afgeglibberd te zijn, lijkt er niemand te zijn… Misschien hadden we even moeten conformeren via de mail dat we vandaag echt kwamen… Na het hele terrein afgestruind te hebben, blijken we toch echt alleen te zijn… We vatten het plan op om dan maar één van de tenten te kraken, die al klaar staan in de bush bush. Gelukkig komt er dan toch iemand aanlopen, zodat we niet zonder avondeten naar bed hoeven en de tent blijkt ook nog eens de helft goedkoper dan wij op de mail hadden gehoord en hadden willen achterlaten, top! En natuurlijk super luxe zo’n hele jungle lodge met z’n tweeën. Ondanks dat ze ook nog kamers hebben, besluiten we voor de tent te gaan, voor dat echte jungle gevoel, en moeten we voor de wc een kleine (soms nachtelijke) trek doen 😉

Rio Cangrejal
Rio Cangrejal

De volgende dag is het weer tijd voor de wandelschoenen en verkennen we NP Pico Bonito. Helaas kunnen we niet de Pico zelf op, maar wel naar een erg mooie, erg hoge waterval. Eerst steken we een lange hangbrug over Rio Cangrejal over voor we het mooie regenwoud ingaan. Helaas wordt dit allemaal een beetje verpest door de schoolklassen die blijkbaar op zaterdag een schoolopdracht hebben en al schreeuwend langs ons heen rennen. Als het regenwoud dan ook nog eens zijn best begint te doen om zijn naam hoog te houden en het begint te regenen is dat toch wel een beetje jammer. Rogiers schoenen blijken met nat weer vooral erg goed te zijn in wegglijden en 2x en publique uitglijden is niet heel best voor zijn humeur… Er worden meerdere niet herhaalbare woorden geroepen, en dat ie heus veel beter dan die kinderen is in, in de bergen lopen :-p Alsof er nog niet genoeg donderwolken boven zijn hoofd hingen… Al zijn de wolken die door de bergen heen glijden ook best mooi. Wel jammer dat als we terugkomen de lodge eigenaar ons komt vertellen dat onze tent toch 2x zo duur is… Dat woog niet echt op tegen het kopje gratis koffie (slap en lauw…) wat we daarna aangeboden kregen… maar goed.

Na regen komt Caribische zonneschijn en pakken we de boot naar eilandje Utila. Zonneschijn… ja dat hopen we gezien de dikke dikke regenwolken die ons luxe catamaran probeert te omzeilen. Helaas blijkt Utila ook niet helemaal het parel-witte-stranden-blauwe zee-palmbomen-eilandje te zijn waar we op gehoopt hadden. Veel toeristischer dan we verwacht hadden en de smalle straatjes worden geterroriseerd door brommers, tuktuks (of mototaxi’s moeten we hier zeggen), quads en golfkarretjes, die hier helaas niet op elektriciteit rijden (want dat schijnt op Utila nogal duur te zijn…). Knettergek werden we van al dat lawaai. Het lijkt ook alsof de tuktuks je naar binnen proberen te toeteren… Dat die dingen hier sowieso rijden is al bijzonder want zo groot is het niet. Er wordt hier trouwens ook veel meer Engels gesproken (ook weer met zo’n grappig accentje dat we een beetje aan Belize moesten denken). Vroeger strekte Honduras (wat trouwens ‘dieptes’ betekent, naar de diepe wateren toen Columbus aanlegde bij Trujillo) zich uit tot en met Belize. Tot de Britten aankwamen en zeiden: ‘dit land hier is van ons’, en huidig Belize tot Brits Honduras doopte. Dan weet je dat ook weer. Na weer een redelijk uitputtende verkenningstocht naar accommodatie is het duidelijk dat we een hutje aan het strand wel op onze buik kunnen schrijven… sterker nog, we hebben nog geen strand gezien… Uiteindelijk vinden we een aardige kamer boven ons budget. Nou ja, Utila stond vooral bekend om zijn wondere onder water wereld toch? Oh ja en als het eiland waar Robinson Crusoe schipbreuk heeft geleden (althans volgens de locals) en die zal raar hebben gekeken als ie het eiland nu kon zien….

Rogier is jarig dus houden we een water world dag. Wekker om 6 uur (echt een cadeautje voor Rogier…) want we beginnen vroeg met snorkelen en dat blijkt weer een bijna privé ervaring! Er is één andere duikster en we zijn de enige snorkelaars. Geen snorkelgids, gewoon lekker met zijn tweetjes. Zodra we de boot uitspringen spot Elske gelijk een zeeschildpad, jeuh!, en verder zijn er aardig wat (scholen) vissen te zien. Het rif steekt omhoog vanaf hoge verticale steenwanden, wat tof is. Er is redelijk wat dood koraal maar het koraal dat het doet, doet het goed en is groot! Op naar snorkelspot nr. 2 ,die helaas iets minder spectaculair is, maar desalniettemin was dit een aardige snorkel trip! ‘s Middags gaan we op walvishaai jacht, want de kans om met een 12m lange haai te snorkelen, kunnen we natuurlijk niet voorbij laten gaan! De andere walvishaai spotters haken af dus hebben we deze keer echt een privé tour! We zeggen kans, want we moeten dat beest eerst gaan vinden natuurlijk. Dus turen we de horizon af op zoek naar ‘kokende zee waar kleine visjes uit springen’. De walvishaai vangt visjes in bubbels om ze daarna in één grote hap allemaal tegelijk naar binnen te werken. Wij turen en turen en turen….en turen…en turen. Uren en uren turen en turen… We hadden er droge ogen van, drie uur lang getuurd… geen haai gezien…. gaar en toch stiekem wel een beetje erg teleurgesteld nemen we afscheid van onze kapitein die ons als troost nog maar wat zakjes chips in de handen drukt. We gaan eten bij de Indian Wok, want hoezo zouden Indiaas eten en wokken niet samen kunnen gaan? Op dinsdags zou je er ook nog sushi kunnen eten en laat het nu net dinsdag zijn en laat Indiaas en Japans eten nou net onze favorieten zijn 😀 Klaarblijkelijk was dat toch niet echt de beste combinatie, want het restaurant is inmiddels gesloten… Daarna hebben we een totale Utiliaanse spraakverwarring (het zal wel door al dat lawaai komen) over welk Argentijnse restaurant we bedoelen en belanden we in de verkeerde… Zo valt het eten ook een beetje in het water… maar hé, dat past wel bij de dag 🙂 Morgen nog een keer?!

Vamos a la playa met Typhoon. Utila
Vamos a la playa met Typhoon. Utila

De volgende dag gaan we op strandjacht. Want tussen de mangroven van het eilandje zijn er toch nog wel een paar kleine strandjes langs de weg. Zonnebrand gesmeerd, dus de kans op een omvallende boom op je hoofd is geminimaliseerd, en op weg. Eenmaal bij het strand aangekomen, hebben zich dikke regenwolken verzameld die onze kant op lijken te drijven… Dus maken we rechtsomkeert en doen dat nog een keer als ze toch over de zee blijken te drijven. Opnieuw bij het strand aangekomen heeft zich daar inmiddels een Typhoon gevormd. En al zijn we de grootste fans van Ty, deze paste niet helemaal in ons stranddagje… Maar goed, kop in het zand, strandlakens uitgespreid, net doen alsof je gek bent. Helaas is het niet helemaal waar dat als je iets niet ziet, dat het er dan ook niet meer is… op z’n minst geldt dat voor de sandflies die ons helemaal lek staken. En dat zijn dus echt hele ieniemienie kleine piepvliegjes… Poging gestaakt! Wat een pruts eiland :-p ‘s Avonds doen we verjaardagsmaal nr. 2! De barracuda smaakt goed en als toetje kopen we lekker een liter chocolade ijs bij de supermarkt, ha!

Utila was niet het paradijs wat ons was beloofd en we gaan er dan ook maar weer snel vandoor. Waarom toch al het verkeer op van die idiote tijden rijdt en vaart weten we niet, maar om de boot te halen, zetten we de op 5 uur… Op zich wel prima, want we willen vandaag zo ongeveer heel Honduras doorkruisen. En dat gaat natuurlijk gepaard met de nodige overstaps. De eerste is in La Ceiba, waar we de 1,5 uur wachttijd nuttig gebruiken om snel naar het postkantoor te rennen. Ansichtkaarten versturen is een echte taak aan het worden. Als je eindelijk al eens kaartjes vindt, moet je niet denken dat elke dorp een postkantoor heeft. Brievenbussen zie je hier ook niet. En in Guatemala lijkt zelfs het hele principe van postkantoor verbannen te zijn. Ook rennen we nog snel even door een mega grote supermarkt in de goede hoop daar wax te vinden. Maar nee, onze kapsels zijn blijkbaar niet in hier, want er is alleen maar van die natte pruts gel te vinden die niet eens plakt of hard wordt. Waardeloos! De volgende stop is in San Pedro Sula, dat begin dit jaar na jaren van de dubieuze troon gestoten is als ‘murder capital of the world’. In 2013 werden hier maar liefst 187 per 100.000 mensen vermoord. En in 2011 werden er in heel Honduras 86 per 100.000 mensen vermoord. Dat was meer dan in landen die op dat moment in oorlog waren zoals Irak & Afghanistan… BRRRR!! Het gaat hier voornamelijk om ‘gang wars’ die het gevolg zijn van een economische crisis door een militaire coup in 2009, toen de toen huidige president even de grondwet wilde gaan herschrijven om aan de macht te blijven. Dank je wel Manuel (Zelaya)… Maar alleen overstappen leek ons wel te kunnen en veilig komen we, na een ouderwets lange reisdag van ruim 9 uur varen en rijden, aan in Gracias. Waren jullie daar niet al een keer geweest? Ja… maar toen moest Rogier zo nodig ziek zijn. We krijgen wel weer een déjà vu als we weer een aantal keer te horen krijgen dat de hotels vol zitten… en het is niet eens weekend of vakantie. Waarom dit stadje zo populair is is ons nog steeds niet duidelijk… zeker niet als het begint te regenen. Gelukkig vinden we nog net niet helemaal doorweekt een aardig hotel en kunnen we de volgende dag poging 2 doen voor Parque Nacional Montaña de Celaque.

Normale eettentjes en supermarkten zijn er ook niet in Gracias en zo hebben we veel later dan we gewild hadden een tuktuk richting het national park. Onze tuktuk chauffeur begreep niet wat we in vredesnaam gingen doen en vroeg herhaaldelijk of we in het park bleven slapen. Want 6 uur wandelen op één dag is blijkbaar niet iets wat de Hondurezen doen. Na nog een uitgebreide en herhalende uitleg van de parkwachter kunnen we om 10:30 uur eindelijk beginnen aan onze 6 urige wandeltocht. We beginnen in de naaldbossen, wat wel weer een keer leuk is na alle jungle. We zien groene slangen (die zelfs Rogier laat schrikken, als hij er bijna op gaat staan), rare horror-achtige spinnen en grote rupsen voor we bij een splitsing aankomen voor een viewpoint. Eigenlijk ligt die niet op de route, maar we kunnen natuurlijk niet het enig viewpoint en hoogste punt in dit deel van het park overslaan. We sidetracken 45min en komen bij het uitzichtpunt uit met waterval! Helaas blijkt het pad dat verderop weer bij ons pad terug komt verdwenen en moeten we dezelfde weg terug. Lunchen proberen we bij de camping-spot in het park. Maar daar dienden we meer zelf als lunch voor alle muggen… en we waren wéér de bug-spray vergeten… Je zou denken dat we inmiddels beter zouden moeten weten. Uitrusten is er dus niet bij en rennend eten we maar een appel. Het pad gaat hard naar beneden waar we verschillende riviertjes over steken. We kijken nog eens op de kaart en huh wat zien we daar… nog een viewpoint op 2340m… lag het kamp niet op 1940m en zijn we nu alleen maar naar beneden gerend… aaaaaaaai! Het naaldbos is inmiddels verruild voor dichte jungle en het pad is veranderd in glibberige richeltjes die her en der ook nog versperd zijn door omgevallen bomen. Al klauterend en schuifelend glibberen we verder door de mooie natuur. Paadjes naar Rogiers hart. Na nog een rivier overgestoken te zijn, gaat het pad kneitersteil de berg op, maar we zijn daardoor ook relatief snel weer op 2340m bij de pfewpoint! Ook hier geen rust, want voor de muggen was dit blijkbaar ook geen probleem… We lopen over de bergrug naar beneden met aan beide kanten mooi uitzicht en planten die over elkaar heen proberen te klimmen. Het laatste stuk is zo’n 2 uur steil naar beneden en aangezien onze beentjes toch een beetje beginnen te trillen, besluiten we toch om op het aanbod van de parkwacht in te gaan en een tuktuk voor ons te laten bellen in plaats van nog 8 km terug naar Gracias te lopen. Maar als we na ruim 6 uur lopen weer bij de ingang staan, zien we dat de parkwachter het voor die dag allemaal wel weer gezien had en was dus maar vast naar huis gegaan. Tja. Dus pakken wij de benentaxi, zien we onderweg nog zo’n mooi tafereeltje van een lokale man die met dezelfde hand zowel zijn kleine baby’tje als een flink kapmes, groter dan de baby, vasthoudt, en staan we anderhalf uur later en rond etenstijd weer in Gracias. Waar we onszelf trakteren op een straat BBQ met natuurlijk de altijd aanwezige gefrituurde groene banaan! Topdagje!

Parque Nacional Montaña de Celaque
Parque Nacional Montaña de Celaque

Na zo’n wandeldagje als vanouds plakken we nog maar een chill dagje, of twee, in Gracias er aan vast. En ondertussen dat de beentjes wat rust krijgen, spierpijn in onze billen joh!, ratelen onze vingertjes over het toetsenbord en verschijnen onze Hondurese avonturen op het digitaal papier. Ondertussen pakt Rogier nog even een kappertje. Blijkt een jonge uit Peru te zijn, die eigenlijk taxi chauffeur is. Of ie ooit een kapperscurcus heeft gedaan… wie zal het zeggen. We praten wat over de verschillen tussen Peru en Honduras als uit de speakers de vrolijke, door ons tot carnavalsmuziek bestempelde, herrie komt. Tja, zegt de kapper, deze muziek hebben we in Peru ook niet… Op onze vraag of hij het mooie muziek vindt, zegt hij: ‘tja, je went er aan…’ Waarop we alle drie heel hard moeten lachen en wij ons ondertussen afvragen of dat deze muziek ooit zal wennen…

En zo vlogen de drie weken Honduras toch ook weer voorbij. Honduras was een beetje in de categorie ‘same same and not so different’ en ‘been there, done that’. Niet waar natuurlijk, want we waren hier nog nooit geweest, maar toch hadden we het idee alles al wel gezien te hebben. Er waren geen unieke nieuwe dingen, geen mensen in mooie klederdracht, geen hele gekke dingen die we meemaakten, maar spreken de mensen nog steeds Spaans en eten ze ook hier bizar veel gefrituurde kip! Wel is de natuur hier mooi met alle heuvels, groene jungle, naaldbomen, tropische bloemen en hier en daar wat mist. Morgen pakken we de bus naar El Salvador. Volgens de LP kun je al in een week wel de hoogtepunten zien… Eens zien hoe snel wij dat kunnen 😉

Tot over een paar weken en ondertussen lezen we jullie reacties graag op onze site!

Liefs!

7 comments

  1. Dat was weer genieten,.kopje koffie erbij…
    Wat geweldig allemaal!
    Alleen al dat beesten gedoe zou mij al weerhouden….
    Veel plezier met de voortzetting ! Wat een schrijftalent??
    Dikke?

    1. Leuk dat je ons volgt en ons een berichtje stuurt!!
      Die beesten zijn vaak banger voor ons dan wij voor hen… haha. Die slang schoot zo snel weg dat we hem niet eens goed hebben kunnen zien…
      En thanks! Fijn dat het leuk wegleest. Dan is het misschien niet zo erg dat het af en toe een beetje lang is 😉
      ?

  2. Zó, lekker weer een stuk meegereisd met jullie. Bedankt weer voor de mooie verhalen. Ik kreeg spontaan jeuk bij het lezen van jullie muggen-ervaring. Haha. Wat hebben jullie toch al ongelofelijk veel gezien. Geweldig! Dat beeld van de slacht van een varken herken ik van vroeger. Dat gebeurde dus hier in ons Hollandse Heeswijk. Dat gutsende bloed maakte veel indruk op mij als kind. Reis lekker verder samen en……..hou je niet in met schrijven, ik lees het graag.
    Liefs

    1. Ja, zo komt de familie nog eens ergens 😉
      Tja varkensslacht heb ik in NL nog nooit gezien… vind het ook niet zo erg dat ik straks niet regelmatig ga zien. Vies man!
      Leuk te horen dat je het graag leest! We genieten nog steeds en doen ons best jullie te blijven meenemen!
      Liefs

  3. Hoi Elske en Rogier. Wat een mooi verhaal weer .Dat jullie dat allemaal durven.maar jullie zien en beleven wel veel.Ik wens jullie nog veel reis plezier.Lieve groeten Tante Jansje

  4. Ola mi !

    Naja dit was een beetje een tussenlandje dus 😉 jullie zijn inmiddels natuurlijk al zo erg verwend! @Elske: het is bijna Kerst dus gillende kalkoenen kunnen gewoon in de pan hoor 😉 Lieve leute very much plezier weer!!
    Veel liefs ik ga nu foto’s kijken!!! xxxxxxxxxxxxx

JA LEUK!! Laat je reactie achter!