Better safe than sorry!

Op naar El Salvador, eens kijken of daar weer wat nieuwe dingen te ontdekken zijn. Op het busstation van Gracias, waar we de eerste van de vier te nemen bussen vandaag pakken, worden we door toch zeker wel zes of misschien meer busjongens tegemoet gerend. Allemaal roepen ze allerlei plaatsnamen als vraag waar we naar toe willen. Dit kennen we natuurlijk wel, maar het enthousiasme waarmee ze dan op je afgerend komen en je zo ongeveer een bus in sleuren was best lachwekkend. Alsof je je plek van bestemming nog zou wisselen afhankelijk van met welk enthousiasme iemand een plaatsnaam noemt of zo. Dat datzelfde geschreeuw en gesleur richting bus, je tas af trekkend om je te helpen en je zo ongeveer de bus in duwen, ook heel vervelend kan zijn, blijkt twee bussen later. Tenminste als de busjongens kinderen blijken te zijn met een nogal grote mond en ons proberen af te zetten… en dan bedoelen we niet op de volgende bestemming. Niet al te best slapen, gruwelijk nodig moeten plassen en wat misselijk zijn van de irritante rijstijl van busschauffeur nummer 1 helpen in ieder geval ook niet mee… Helsje komt even kijken en de buskleuters worden even lekker afgesnauwd. Na een korte plaspauze, waarbij de buskleuter steeds komt kijken of Elske al klaar is en nogal baalt als er drie wachtende voor haar blijken te zijn, de deur van de wc ook nog eens volledig open waait zodat iedereen op straat haar kan zien en ze aan de gratie van de wc juffrouw overgeleverd is of dat zij de deur weer dicht komt doen…, rijden we naar de grens. De exitstempel voor Honduras staat rap in ons paspoort, maar de controles die volgen duren ietsje langer. Tot drie keer toe worden al onze stempels nauwkeurig bekeken en vragend worden de landen Belize, Guatemala, Honduras en El Salvador genoemd. Si! Si, alleen voor toerisme… alsof we tijdens een business trip lopend de grens zouden overkomen, in ons oude kloffie en een backpack… Na uitgelegd te hebben waar onze namen staan in ons paspoort worden die met wat moeite overgetypt in hun computer en dan lijkt alles uiteindelijk toch oké en kunnen we op zoek naar een bus. Al voordat we die vinden, zien we een, zeker voor hier, hele luxe kapperssalon en heeft Elske spijt dat ze in Honduras de schaar in haar haar heeft laten zetten. Maar dit geeft wel goede hoop op dat ze hier weer wax verkopen! De bus dropt ons in La Palma. Een nog kleiner dorpje dan we al hadden verwacht vol leuke muurschilderingen. Wel vinden we een aardig hotel met een badkamer waarbij je het vermoeden krijgt dat de architect in een vorige leven Japanner was. Dat ie dat nu niet meer is, blijkt al snel bij het opendraaien van beide kranen en er uit alle twee koud water komt… En als het hier nu 30 graden was, dan was dat niet zo erg. Maar La Palma ligt wat hoger in de bergen, met bijhorend koeler klimaat en dan zou een Japans warme douche toch wel erg fijn geweest zijn. Het Spaans lijkt hier ook anders, althans ‘s avonds eten bestellen blijkt erg moeilijk en daar hebben we in Honduras nog nooit moeite mee gehad…

De volgende dag begon goed. Mooi blauw en dat was al weer een tijdje geleden. En mooi blauw is natuurlijk heerlijk wandelweer, op naar de hoogste berg van El Salvador; Cerro El Pital! Tijd om te ontbijten hebben we niet want de tourist office verteld ons dat de sporadische bus naar San Ignacio over een kwartier vertrekt. In San Ignacio lijkt de vervolg bus die dag geen zin te hebben en slaat lekker een ritje over en zitten we twee uur met rammelde maagjes en daardoor ook rammelende humeurtjes te wachten op de bus. En als je nou van te voren weet dat ie niet komt of hoe lang je moet wachten, maar ja dat wisten we niet en blijven onze maagjes dus rammelen. Als de bus uiteindelijk komt, brengt hij ons naar een inmiddels grijs startpunt van het wandelpad. Onze maagjes vullen we nog maar snel even met een in verhouding veel te duur en niet lekker ontbijt, maar dan gaan we eindelijk op pad. Het is dan inmiddels half 1 terwijl de wekker om 7 uur ging… Heel soms vangen we een glimp van het best wel mooie uitzicht, maar eenmaal op de top is het gewoon 50 tinten grijs. Het is zelfs zo grijs dat we niet zien dat we niet op de ‘echte’ top staan… Al hadden we misschien kunnen weten dat dat hek met prikkeldraad waar we langs heen geklommen waren, niet het officiële pad behoorde 😀 Op de terugweg ontdekken we ineens een enorm picknick veld waar lokale mensen met dikke jassen en gebreide mutsen op een dekentje op het gras aan smikkelen zijn. Maar verder zien we niets. Terug beneden hebben we op 15 minuten na de bus gemist en starten we de 8 km wandeling naar San Ignacio. Maar dan lijken we zowaar nog een beetje geluk te hebben als blijkt dat de bus blijkbaar weer vertraging had en ons al na een minuut of 10 oppikt. Maar dat geluk bleek eerder weer pech te zijn… want helaas smolten de remmen van de bus onderweg weg en was de hele bus gevuld met zo’n ongelofelijk stank dat je bijna geen lucht kreeg en reden we zo langzaam dat we net zo goed hadden kunnen lopen. In San Ignacio weten we niet hoe snel we uit de bus moeten komen en vragen ons af hoeveel levensjaren ons dit heeft gekost. Terug in La Palma vinden we nog wel een kapper waar ze wax verkopen, maar dat lullige potje moet gewoon $22,- kosten… Wat een pruts dag! :-p

De grappige muurschilderingen van La Palma.
De grappige muurschilderingen van La Palma.

Betalen doe je hier trouwens met Amerikaanse dollars nadat in 2001 de Colón is afgeschaft. Dus kunnen we de in Belize kwijtgeraakte backup dollars makkelijk aanvullen bij de drive-through, of moeten we zeggen walk-through, atm. Na een cheap ass ontbijtje, van $1,50 pp, laten we de twee en een beetje straten van La Palma achter ons en pakken we de bus richting Suchitoto. Klinkt als sushi todo, hmmmm, maar er kwam helaas niets van dat lekkers onze kant op. De ontbijtjes bestaan trouwens al sinds Guatemala uit ei met tortilla, frijoles (bonensaus/pasta), crema, kaas en gebakken banaan. De tortillas evolueren wel van kleine dunne in Mexico, via lekkere dikke in Guatemala tot superdikke en soms getoaste tortillas in El Salvador. Daar kun je ze ook niet meer vouwen als een taco, maar beleggen we ze meer als een beschuit/tostada. Wat dan weer wat vreemde blikken van de locals oproept, want die breken gewoon stukjes af en stoppen dat samen met een vork vol ei etc in hun mond. Maar goed, onderweg naar Suchitoto dus. Tassen onderin of bovenop de bus of zelfs bagagerekken boven de bankjes doen ze niet aan… en het is druk… dus staan we wat onhandig met onze bagage achterin de bus terwijl ondertussen een grote kakkerlak Rogiers been als klimpaal probeert te gebruiken. Helaas hangt de rails om je aan vast te houden aan de hoge kant voor Elske. En als ze op enig moment even loslaat en de bus net weer extra vaart maakt, valt ze achterover bijna op schoot van een oudere mevrouw. Alsof dat niet al gênant genoeg is, raakt ze daarbij ook nog bijna het hoofd van een klein kindje dat op schoot ligt te slapen… En vallen onze tassen bijna uit de bus als de deur waar achter we onze tassen hebben gepropt los klapt. Gelukkig ging het allemaal goed, en na zelf onze tas weer uit de bus hebben gesleept, daar doen de busjongens hier blijkbaar ook niet meer aan, die roepen alleen heel hard ‘rapido!!’ -ja als je dan eens ff komt helpen joh!- staan we in Las Aquilares voor de overstap. Daar lopen we nog te ver voor de volgende bus en komt er iemand achter ons aan fietsen om te vertellen dat we te ver lopen. Lief toch?!

In Suchitoto weten we bijna niet wat ons overkomt. Het is hier weer lekker warm, maar dat bedoelen we eigenlijk niet. Het is zo rustig hier! Brede straten, weinig verkeer, echt rustig. De andere dorpjes waren steeds, hoe klein ze ook waren, super druk, smallere straten en met heel veel lawaai van tuktuks en monsterlijk grote, of leek dat maar zo omdat ze door nogal smalle straatjes reden?, vrachtwagens. Zelfs de auto’s doen hier extra hun best met al die patser bakkies met extra luidruchtige motor en een nog luidruchtigere uitlaat. The Fast & the Furious zal hier wel populair zijn, want zelfs de bussen doen mee met extra spoilers en haaievinnen?!? En hadden we gister nog moeite met in het Spaans eten bestellen, hier lijkt gewoon geen avondeten te zijn. Althans, niet voor onze begrippen. De Salvadoranen eten ‘s avonds voornamelijk pupusa. Een met kaas en frijoles gevulde tortilla die voor het avondeten wat wordt opgeleukt met extra ingrediënten en daar moeten we even een avondje aan wennen. De volgende dag is het dan tijd voor ons uitje naar de waterval. Een speciaal uitje, want we gaan onder politie escorte! Als we iets voor 3 uur klaar staan, blijkt de politiewagen nog niet terug en moeten we half 4 terug komen. Als we dan staan te wachten komt de politiewagen terug. Twee zwaar bewapende mannen voorin, twee nog zwaarder bewapende mannen achter in de laadbak, bivakmutsen op! ( óhhh is dat de bedoeling van ‘meer blauw op straat’…?!! Of moeten we zeggen meer bivakmutsen op straat), en een geboeide arrestant zit er wat gelaten bij. Op de hoek van de straat komen de vrouwen, die blijkbaar zaten te wachten, huilend in beweging… tja, sta je dan als toerist. De politie gebaart dat we nog een moment geduld moeten hebben, want de arrestant moet nog even ingeboekt worden. Maar ff later gaan we dan hoor. Met niet één, zoals wij dachten, niet twee, niet drie, maar met maar liefst vier! zwaar bewapende politieagenten/militairen richting waterval. We voelden ons wat ongemakkelijk dat we voor ons toeristenuitje maar liefst vier man sterk van hun taak af hielden. Al is het veilig houden van toeristen voor hen waarschijnlijk ook heel belangrijk. Wat er nu zo gevaarlijk was weten we niet. Onderweg zien we alleen een paar oude mensjes lopen die bij het winkeltje verderop wat boodschapjes deden. Dat zullen toch niet de gevreesde overvallers zijn…?! Eenmaal bij de waterval, die ook maar 1,5 km uit het dorpje ligt, gingen we met twee man voor en twee man achter ons op pad naar de waterval. Daar lieten ze ons op onze slippertjes flink klauteren over de grote rotsblokken om beneden te komen, terwijl er ook gewoon een pad omheen lag… grrr en zij maar lachen. Toen wij eenmaal beneden waren, zagen we dat er twee bovenaan de waterval stonden om vanaf boven ons leven te bewaken of zo iets. De waterval was meer een druppelde kraan, zo weinig water, maar toch wel aardig. De rotswand bestaat namelijk uit allemaal zeshoekige, -oehhhhh zeshoekjes (sorry inside joke)-, basalt rotspilaren die op verschillende hoogten uit de grond oprijzen. Daarna maakt de politie zelfs nog tijd om ook even naar het uitzichtpunt op het meer, Lago Suchitoto, te lopen. Het meer hadden we vanuit het stadje al een beetje gezien, genoeg om te zien dat er op het moment wat weinig water is en nu lekker groen begroeid is, maar vanaf hier hadden we een mega mooie view! Nog ff een groepsfoto met de politie 😀 en dan is het tijd om terug te rijden. Hoewel je toch iets gereserveerder op de politie afstapt als ze met hun grote mitrailleur én gewone pistool in het holster én extra magazijnen en vooral die bivakmutsen op met z’n achten of zo tegen de muur van het politie bureau hangen, zijn het supervriendelijke kerels. Na dit toch wel grappige uitje was het tijd voor avondeten en, inmiddels genoeg ingeburgerd, nemen we pupusa’s. Met onze vingertjes, want zo hoor je ze te eten, en dan maar heel hard proberen je vingers niet te branden aan die gloeiende hete kaaslava die er uitstroomt… au au au!

Lago suchitoto
Lago suchitoto

Vanuit het rustige Sushitoto verkassen we richting de op twee na grootste stad van El Salvador. Santa Ana met 262.000 inwoners. Hoofdstad San Salvador is het grootst met 1.8 miljoen van de 6.3 miljoen Salvadoranen! We dachten makkelijk horizontaal door te kunnen steken, maar blijkbaar reden er op die toch wel grote weg helemaal geen bussen. Dus sturen ze ons met allemaal moeilijke blikken en met de mededeling dat het ver, heel ver, is (één iemand vraagt wat we toch in vredesnaam in Santa Ana willen doen, want hij is daar zelf ook nog nooit geweest…) eerst een stuk zuid en worden we bij een tankstation gedropt in afwachting van de volgende bus die ons dan weer naar het noorden rijdt. Maar uiteindelijk staan we dan in Santa Ana dat best een aardig stadje blijkt te zijn en hebben we ook nog geluk dat de busroutes zo ongeveer langs ons hotel lopen en worden we steeds op de hoek van de straat gedropt. Ideaal. Nog idealer is de supermarkt, zo’n echte zeg maar. En daar was ie dan eindelijk! Wax, in plaats van die prutsgel. Hardop ‘Yess!!’ roepend, met de armen in de lucht, laat de andere mensen in de supermarkt omkijken en vervolgens lachen. Zo blij als een kind lacht Elske vrolijk mee. Misschien valt het een klein beetje misknipte kapsel nu iets beter te stylen. Trouwens, over blije kinderen gesproken. Buiten de supermarkt komt een blij kind aanrennen met een duif in zijn hand, nou ja in zijn hand… vastgehouden aan één vleugel bungelt de duif er wat ongelukkig bij… ‘Papa, papa, kijk eens wat ik heb gevangen?!?’ We dachten nu krijgt hij iets te horen van dat is geen speelgoed. Maar het was meer zoiets als ‘pak hem maar met 2 handen vast, anders gaat ie nog kapot’…

Met de wind, ehh wax in ons haar, lopen we de volgende dag richting busstation op zoek naar de bus die ons naar Lago Coatepeque brengt. Een mooi meer omgeven door vulkanen. We laten ons droppen op het uitzichtpunt, waarna we zelf de laatste 4 km naar het meer lopen. Net nadat we een lift afslaan, omdat we nog mooi genieten van het uitzicht, verandert de weg in zand en is het flink stof happen. Het meer zelf bereiken blijkt ook nog eens een hele opgave, aangezien de gehele waterkant is opgeëist door dure hotels of dure privé huizen. Maar net na lunchtijd bereiken we toch nog wat restaurantjes, die over het water zijn gebouwd, waar we kunnen genieten van uitzicht over het meer. Met een biertje en een milkshake erbij is het net vakantie! Er wordt hier (en in Honduras) trouwens onwijs veel Nederlands bier gedronken en dan vooral Aldi(?) merkbier zoals Royal Dutch, Hollandia etc. Al liggen de Grolsch bierbeugels hier soms ook voor $2.25 in de schappen!

De volgende dag beginnen we aan de vulkanen rondom het meer. Aangezien het in het weekend druk kon zijn, besloten we maandags te gaan. Maar zondagavond vonden we heerlijke tegenstrijdige informatie over openingstijden waarbij sommige reisgidsen zeiden dat het park maandags gesloten was en weer andere het hadden over bussen die elke dag reden, behalve op maandag… Juist. Dinsdag is het de dag van de doden, en dat betekent hier feestachtige praktijken, dus we besluiten ondanks dat Rogier ziek(ig) is toch maar te gaan. Maar we hadden geluk, de bus reed gewoon en het park was open! Het was zelfs druk… schoolbussen vol zelfs… Je mocht helaas niet zelf lopen, wat betekende dat we ruim 1,5 uur moesten wachten tot de gids en politie escorte ons mee naar boven nam. Gelukkig ging niet de hele schoolklas mee (wie weet gaat het straks nog regenen) maar zijn we wel met een mannetje of 15. Het bleek flink rennen en na even geprobeerd te hebben de gids en politie bij te houden, hield Elske het voor gezien en zijn we maar ons eigen tempo gaan lopen. Eigenlijk een prima wandelingetjes al was het natuurlijk wel weer gemeen dat de lucht weer eens grijs was terwijl het de laatste dagen steeds strak blauw was. Maar ondanks de mist was het toch een mooie route en eenmaal boven genoten we van het super mooie blauwe kratermeer. De kraterwand had allemaal verschillende kleuren en in de verte, als we goed keken, zagen we nog het mooie meer van de dag ervoor. Op de terugweg was het nog steeds grijs, maar gelukkig is de mist rondom de omliggende vulkanen redelijk opgetrokken. Zo hebben we best goeie views op de grijze Volcán Izalco en de, de naam zegt het al, groene Cerro Verde! Eenmaal beneden moesten we nog wel zo’n twee uur wachten tot de bus ons eindelijk terug naar Santa Ana reed. En zo hadden we de dag weer mooi kapot.

Cerro verde met Izalco.
Cerro verde met Izalco.

Voor nog wat meer watervallen vertrekken we richting Juayúa, wat je dan weer uitspreekt als why-you-ah?!? De bus hiernaar toe vertrekt vanaf het busstation. Of is het de markt? Het busstation zit namelijk, heel logisch, midden ín de markt. Lekker logistiek verantwoord of zo… Als we in de bus zitten te wachten, komt de ene verkoper na de andere weer binnen en dat lijkt nog erger te worden als de bus eindelijk zijn motor start en er wel een half uur over doet om over de krappe weg tussen de marktkraampjes door te rijden. Als je tijdens het winkelen op de markt nog wat vergeten was, dan geen nood, want je kan dus al zittend in de bus gewoon verder winkelen. Een greep aan wat de, soms veel te jonge, verkopers aan ons probeerde te slijten: appels, kranten, broodjes, rollen wc papier, salades, spekjes, werthers original (maar dan niet de originele), sokken, rambutan, hangsloten groot en klein, zaklampen, bouwlampen, voorgesneden broccoli roosjes, kauwgom, koelboxen vol bananenijsje (die hier in deze regionen 10 tot 30 cent kosten in tegenstelling tot de €4+ in Nederland….), waszeep, bakbananen, sportbroekjes & lolly’s, tomaten, komkommers, medicijnen die je in Nederland waarschijnlijk alleen op doktersrecept kan krijgen, schijven ananas, dvd’s, batterijen, aardappelen, zakjes kokoswater, geschilde sinaasappels, zuurstokken zoals je op de kermis koopt, avocado’s, sokken, nootjes, allerlei als oud Hollandse snoepjes uitziende zoetigheid, meetlinten, spekjes (hé die had je al, ja weten we, maar de spekjes kwamen wel vier keer voorbij), haarelastiekjes en speldjes verkocht door zo’n grote wat oudere man…, softdrinks, zakjes water, tandenborstels, klossen garen, yuca chips met lekker veel saus, chipjes van gebakken varkenshuid, waspoeder, garnalen… en dan zijn we waarschijnlijk nog van alles vergeten. Al die spullen worden in zakjes aan grote hangijzers geprikt of vast gemaakt aan een groot houten bord dat iemand dan om zijn nek draagt of in afwasbakken op het hoofd gedragen. En tussen al die verkopers door komt er regelmatig iemand voor in de bus staan die dan een stuk uit de bijbel leest en een gebed opzegt, vervolgens met de denkbeeldige collectezak langs komt (in Guatemala kwamen ook de brandweer en politie collecteren) en dan weer uitstapt op zoek naar volgende bus. De bussen lijken hier weer wat meer op de chickenbussen uit Guatemala. Niet helemaal, maar toch een stuk leuker dan de bussen in Belize en Honduras. Over kip gesproken, de local dish is dan wel pupusa, maar er wordt ook hier weer veel kip gegeten. Naast de mobiele kraampjes op straat met gefrituurde kip en patat, zitten ook hier de ketens die we in de buurlanden ook al zagen. En dan bedoelen we niet KFC, maar de Don Pollo, Pollandia, Power Chicken, Rapipollo, Rockin’ Chicken, Pollo Campestre, Pollo Campero, Pollo Indio, Chesters etc.

Juayúa blijkt een klein aangenaam dorpje met voor ons doen luxe hotels. Aangezien er geen cheap ass hotels zijn, moeten we dus ook maar eens genieten van een extra fijne kamer. De hotelkamers zijn hier trouwens over het algemeen toch heel erg prima, schoon en ruim. Deze was ook nog mooi ingericht met bijzondere kunstwerken, maar vooral die warme douche, maakte het een erg fijn kamertje! De waterval lag ook hier weer op loopafstand, maar ook hier vond de politie het weer niet zo’n goed idee dat we met ons tweetjes op pad gingen. Dus onder het motto ‘better safe than sorry’ hebben we maar weer een politie escorte voor de volgende dag geregeld. Dezelfde dag zagen de stoere heren in uniform niet zitten, gezien de regen die op het punt stond te vallen… De volgende ochtend 8 uur sharp stonden wij klaar, maar eerst moest er nog gebriefd worden en daarna nog gegeten en gedurende al dat wachten voelde het vooral als heel erg safe en niet zo zeer als better, maar om 9 uur gingen we dan op pad. Mooie watervallen, met water dit keer! Waar je ook heel goed lekker had kunnen zwemmen, maar om nou in bikini/zwembroek te badderen, terwijl er twee man militair met grote gun naar je staan te kijken…. nehhh…. 😉 In de categorie ‘een applausje voor jezelf’ wordt ook hier weer het avondeten, altijd in de vorm van pupusa’s, bij elkaar geklapt. Als je honger hebt kun je gewoon af gaan op het geluid van geklap, want al klappend wordt het deeg en vulling tot pupusa’s geklapt. Bij één tentje in Juayúa hebben ze waarschijnlijk de lekkerste pupusa’s van heel El Salvador. Het is er ook altijd druk en blijkt het ook niet zo’n goed idee om pas te gaan eten als je al honger hebt. Een uur verder liggen we ongeveer met het hoofd op de tafel te wachten en zijn we heel blij als onze bestelling eindelijk klaar is! En extra blij met onze extra grande pupusa’s de ‘locas’! De quattro stagioni onder de pupusa’s, en bijna net zo groot!

Onze escorte geniet ook nog even van het vallende water. Los Chorros de Calera, Juayúa
Onze escorte geniet ook nog even van het vallende water. Los Chorros de Calera, Juayúa

En over eten gesproken, Juayua heeft een heus wekelijks terugkerend gastronomisch festival! Waar het menu gesierd word met leguaan medaillons, kikker-kebab en meer zulk moois. Typisch zo’n gevalletje van eat them, before they eat you! 😆 Het kerkplein staat vol eetstalletjes, elk stalletje heeft z’n beste voorbeeldbordjes uitgestald, majorette-meisjes doen een leuk dansje, let the foodfest begin! Maar al snel blijken er geen leguanen, kikkers en zelfs geen vogelspinnen te bekennen. Grappig is trouwens dat er op het moment dat ik dit schrijf er een leguaan het lef heeft om bijna ons hutje in te wandelen… Suïcidaal typje. Uiteindelijk gaan we voor de Argentijnse ribbetjes die prima smaken! Al zullen we er deze trip waarschijnlijk niet meer achter komen hoe de echte Argentijnse ribbetjes smaken. Want de enige reden dat we het foodfest mee konden pakken was dat we weer zo’n fijne ‘una noche mas’ kamer hadden.

Voor we richting strand gaan, maken toch maar eerst een detour naar Parque El Imposible. Het park doet zijn naam eer aan want zowel in de LP & RG lezen we dat we beter twee dagen van te voren kunnen laten weten dat we komen om zeker te zijn van een tour. Wij braaf een mailtje gestuurd… maar geen reactie. We bellen dan nog maar even op de dag zelf en praten met ‘mamma’ van het ‘papa y mama’ guesthouse. Mail lezen blijkt voor haar imposible, maar verder is alles possible. We vertellen dat we een flinke wandeling van een uur of 5/6 willen maken en diep de jungle in willen. Natuurlijk, is allemaal prima! 5 uur lopen, 6 uur lopen, 7 uur lopen, wat jullie willen. Verder wordt er nog iets gezegd over andere mensen en een tweede gids. Als we bij ons kamertje staan, zien we dat de andere mensen drie kleine koters bij zich hebben, en zijn we blij dat we de volgende dag met twee gidsen op pad gaan. Het eerste stuk door een dichtbegroeid stukje natuur brengt ons bij een mooi punt met uitzicht op de zee, het mooie bergachtige landschap en zelfs de vulkanen Acatenango (waar we een tijdje terug ook nog op stonden), Agua & Fuego in Guatemala. We dachten dat de groep zich nu wel zou splitsen, maar we slenteren samen nog weer verder, met de nodige pauzes en dan vragen we toch maar eens wanneer wij nu echt gaan wandelen. De gids zegt dat we wel twee uurtjes een detour kunnen maken. Halverwege dat rondje, wat maar een uurtje lopen is vertellen we toch maar even dat dit niet is wat we afgesproken hadden en zeker niet voor deze prijs (lees duurste tour die we tot nu toe gedaan hebben). Volgens hem doet ie alleen wat ‘mama’ hem verteld heeft en moeten we dus bij terugkomst verder ruziën met ‘mama’ totdat ‘papa’ haar te hulp schiet. Volgens hun hebben we een schitterende wandeling gemaakt van vier uur. Volgens ons hebben we drie uur rondgeslenterd met kinderen, waarvan een groot deel over een autoweg, zijn we maar één uurtje echt in het national park geweest dat uit gewoon bos bestond en was dat ook het uurtje dat we echt gewandeld hebben. Alleen het uitzicht was mooi. Tja, kan een keer gebeuren, maar als we de hoofdprijs van heel midden Amerika betalen verwachten we daar ook iets voor terug. Maar volgens hen moeten we niet zeuren, want in Nederland zou het veel duurder zijn en gaan ze gelijk dreigen met de politie… pffff. Het wordt een belachelijke discussie en we besluiten direct ons boeltje te pakken ook al is het al na check-out tijd. Na nog wat gesteggel over geld, lappen we nog iets bij om van het gezeik af te zijn en pakken we de bus. Waar naar toe weten we eigenlijk niet, als we maar weg zijn. Onderweg besluiten we nog maar een keer lekkere pupusa te gaan eten en te genieten van een goede warme douche en kloppen we weer aan bij ons vertrouwde hotel in Juayúa. En pakken we de volgende dag de bus richting het strand.

Tacuba
Tacuba

Het strand in El Salvador staat bekend om zijn goede surfspots en dat het geen strand voor zonaanbidders is, blijkt door alle rotsen en het zwarte zand. Alle dure surfresorts laten we links liggen en vinden een prima goedkoop kamertjes wat dan wel weer een soort drilpudding als bed heeft. Maar ja, je kan niet alles hebben. Het is super weer, mooie blauwe lucht, lekker warm. Erg warm. En dat zwarte zand… Loeiheet! Het is gelukkig niet druk en de enige palmboom die iets van schaduw biedt, is van ons. We liggen zo ongeveer bij iemand in de tuin, zo dicht we tegen de schuttingmuur aanliggen en voelen ons, zoals Rogier het zegt, net een pizza in een steenoven met die gloeiende warmte van boven, onder en het muurtje… Aangezien Elske een irrationele angst voor golven ontwikkeld lijkt te hebben, neemt Rogier in zijn eentje een surflesje. En na wat droog oefenen met een streep in het zand als surfboard en flink peddelen door het zand, hihi, mag hij het water in. Waar hij bij de 2e golf redelijk blijft staan. Als ziet hij er met al dat gezwaai met zijn armen vast uit als een zeekoe op het droge die probeert een grote zwarte wesp van zijn hoofd te slaan. Na nog wat succesvolle en minder succesvolle golven is het uurtje zo voorbij. Maar is surfen zeker voor herhaling vatbaar. Sturen leren we de volgende keer wel. Iets voorzichtiger het water uitlopen met al die scherpe stenen is ook zo’n dingetje dat je mee neemt naar de volgende keer, weten we als Rogier alle twee zijn voeten nog even lekker opengehaald. Nou ja, dat rode bloed paste goed bij het rood van de erg mooie zonsondergang ‘s avonds.

Het strand van El Cuco beloofde goud te zijn en meer geschikt voor handdoekjes en niet te veel doen, dus pakken we de bus, ehhh vijf bussen, richting El Cuco waar we dan nog ruim 3 km moeten lopen met al onze spullen voor de goedkopere hotels. Een flinke blaar verder vinden we best een aardig plekje dat we niet kunnen/willen betalen. Maar verder op zit nog wel iets zeggen ze. Het was wel fijn geweest als ze even hadden gezegd dat op het bordje buiten El Pelicano staat en niet Rio Mar… wij er 2x langs gelopen en uiteindelijk wijst een local ons de weg over het strand, maar het is er zo donker dat we er weer voorbij lopen… maar uiteindelijk vinden we een prima (lees: una noche mas) plekje en kunnen we op zoek naar het applausje voor jezelf. Want we hebben honger!

Wij vinden het een fijn plekje, maar dat vinden de Salvadoranen ook… Die in het weekend met de hele familie of hele schoolklas(? er lijken in ieder geval veel meer kinderen dan volwassenen te zijn), komen keten bij het zwembad, dat voor de gelegenheid volgelopen is… hadden ze dat nu niet één dagje eerder kunnen doen?!! Verder liggen we nog steeds solo op het strand, want de Salvadoranen zijn net als alle andere niet Westerse mensen bang voor de zon. Of zijn wij de gekken, die met ons volle verstand in die niet al te gezonde straling gaan liggen…? Nou laten we het zo zeggen, we zijn een prima testpanel voor de 50+++ kinderzonnebrand. Einduitslag 9+ (lees: je verandert niet in een kreeftje)! Na het zwarte zand overwonnen te hebben In El Zonte gaan we het gouden zand te lijf met blote voetjes… héél slecht plan want het zand… blijkt…nog…al…heet….en sprinten we alsof we aangemoedigd worden door Emile Ratelband over de zandkorrels zo heet als hete kolen richting de zee waar we onze voeten kunnen blussen! Aaaah!!!! En zo vermaken we ons nog wel een dagje of twee of drie, voor we ons opmaken om naar Nicaragua te gaan.

Zonsondergang in El Cuco
Zonsondergang in El Cuco

We bereiden ons voor op weer 3km lopen, maar als we vragen of er iets van transport is, blijken we mee te kunnen liften met het personeel dat op maandag naar huis gestuurd wordt. Relaxt! Al vertrekken we wat later dan we gehoopt hadden en ons gezegd was. We zaten ook een beetje op hete zandkorrels, want we hebben een flinke reis met twee grensovergangen voor de boeg. En worden we wat ongeduldig als tussen 8 uur en half 9 ruim 9 uur blijkt te worden… We worden wel super relaxt bij het busstation afgezet. En door de tijdswinst van de snelle lift in plaats van de langzame chickenbus, denken we nog wel tijd te hebben om even langs het postkantoor te gaan en te eten. Het postkantoor blijkt, in tegenstelling tot alle andere postkantoren die we gezien hebben, bomvol te zijn… en dat kunnen we nu net niet gebruiken! Een beetje schaapachtig de toerist uithangen lijkt te werken als één van de baliemedewerkers vraagt wat we willen. Postzegels! Je zou zeggen dat is zo gepiept, maar voor er postzegels op de balie verschijnen moet er een paspoort aan te pas komen, worden er officiële bonnetjes gemaakt etc. Dan komt men met vier mega grote postzegels voor één kaartje op de proppen… dat gaat dus nooit passen! Maar we krijgen een live demonstratie hoe we vier postzegels over elkaar heen moeten plakken zodat de waarde van de postzegel nog net zichtbaar is. Wij flink plakken… blijken we te weinig postzegels te hebben… dus proberen we maar weer de aandacht de lieve balie mevrouw te trekken, die één van de 100 andere wachtenden aan het helpen is. Snel verder plakken, een schaapachtige verontschuldigende blik werpen naar de 100 andere wachtenden waar we voorgedrongen zijn en snel naar buiten. Na een snelle lunch zetten we flink de pas erin richting busstation en zien we dat het grapje van ansichtkaarten posten ons gewoon twee, cruciale zo blijkt later, uren heeft gekost. We blijken dan weer niet de rechtstreekse bus te hebben en moeten nog een keer overstappen… De grens met Honduras gaat lekker vlot, we hebben immers al een keer geoefend, en we zitten zo weer in de volgende minivan die ons naar de grens met Nicaragua brengt. Helaas heeft een van onze medepassagiers een grote doos donuts op het dak gebonden en worden we een paar keer aangehouden door de politie. Die rommelen dan door de tassen en kijken streng naar onze paspoorten… ‘opschieten jongens, we hebben haast’ roepen we inwendig. ‘Dit hebben jullie collega’s net ook al gedaan… een beetje coördinatie zou fijn zijn’. De weg blijkt ook meer opgebroken dan heel en we grappen dat het halen van de laatste bus naar Leon in Nicaragua misschien nog wel krap wordt… Na een tijdje beginnen we hem wel een beetje te knijpen als we zien dat het al 5 uur is en onze bus dus vertrekt in Nicaragua en wij nog aan de Hondurese kant staan… Inmiddels regent het ook nog… Tijd om te balen krijgen we niet want voor we er erg in hebben zijn onze tassen al uit de bus getrokken en in een fietstaxi gegooid. Ho, ho, mensen! We hebben geen haast meer, wij gaan lopen. Ze weten ons nog wel te vertellen dat er gelukkig ook nog een bus om 6 uur gaat. Maar inmiddels wordt het donker en blijkt zelfs het immigratie kantoor moeilijk te vinden tussen alle gigantische vrachtauto’s. Verharde wegen doen ze niet aan en beblubberd komen we bij de immigratie aan. Of we even $12 dollar per persoon willen lappen… terwijl wij toch vrij zeker wisten dat alleen onze Trump stemmers moesten betalen om Nicaragua in te komen. Als we weigeren te betalen, loopt de douane beambte gelijk boos bij de balie weg… en staan we in het donker, in de regen, zonder stempel in ons paspoort, in het stukje niemandsland op de grens van Nicaragua… Uh ja, het lijkt een beetje een verhaal te worden van hoe je in ieder geval niet de grens over moet steken… als we dat al halen…

We hopen dat jullie het weer leuk vonden om een stukje met ons mee te reizen. Wij hebben in ieder geval best genoten van El Salvador, wat toch weer leuker was dan Honduras, de mensen vriendelijker, mooie natuur met al die vulkanen en waar we zelfs de pupusa’s zijn gaan waarderen.

Liefs! 😘
En oh ja, kom maar op met die reacties!

 

6 comments

  1. Hoi reizigers!
    Wat een boeiend reisverslag weer. Prachtig geschreven met die heerlijke humor erin die we van jullie inmiddels gewend zijn. Ik vind het een geruststelling dat jullie weer goed gewaxed verder kunnen reizen. Hoe blij kun je toch worden van een potje goede wax!! Erg leuk ook als ik aan jullie denk dansend over de hete zandkorrels in El Zonte. (lachuhh!!) Daar krijg je nog eens spirit van hé? Reis lekker verder, stuur vooral ook jullie reisverslagen weer en……….op tijd een goede stevige pupusa en zo.
    Liefs
    Tonny

  2. Zoals altijd weer een heerlijk reisverslag. Iedere keer weer genieten, en heb in mijn eentje best wel zitten lachen bij bepaalde situaties. Zoals Tonny ook al zei, met veel humor geschreven (van wie heb je dat toch???) Ga zo door !!!!
    Veel plezier in Nicaragua en we kijken alweer uit naar een volgend verslag.
    Liefs van ons
    mama

  3. Weer een heerlijk verhaal! Jullie nemen de tocht ergens heen als onderdeel van het reizen wel erg serieus hè. Dit klinkt als een erg mooi land, alleen die escortes door gewapende mannen… ik weet het niet hoor.

  4. Joehoe! ik kan eindelijk bijlezen: onvoorstelbaar eigenlijk hoe jullie leven er nu uit ziet:
    zoveel mooie natuur en nieuwe avonturen: soms zie ik het voor me: Els op de wc (lekker met de duer open 😉 en m’n broer serieus op een surfplank?! haha jullie zijn een leuk stel 🙂 🙂
    Mis jullie maar ben ook blij hoe mooi jullie het hebben,
    Foto’s op de site zijn ongelooflijk MOOI! Love you XX

JA LEUK!! Laat je reactie achter!